Over mijn werk
Ik neem je mee in mijn wereld. Een fantasiewereld die in het begin ontstaat door niets dan lijnen of kleur, waarna ik reageer op wat voor handen is. Het is een spel, een interactie tussen mij en het materiaal. Er bestaan geen regels voor onderlinge verhoudingen en zwaartekracht.
De langgerekte figuren die mijn werk typeren, leven in een wereld waarin alles kan. Zo zwemmen er vissen voorbij met menselijke ledematen, kruipen er minimensen in andermans oren, verandert een waterstroompje uit een gieter in een denderende waterval en zijn auto’s zo klein dat ze over menselijke landschappen rijden. Graag laat ik de hantering van de verf en de stofuitdrukking van andere materialen zien. Het is een belangrijk sfeerelement en laat het beeld tot leven komen.
Kindergedichten vormen een grote inspiratiebron. Ze worden vaak heel beeldend verteld. Ze nodigen mij uit om er een nieuwe poëtische laag aan toe te voegen, er opnieuw mee aan de haal te gaan. Wat mij zo aantrekt in gedichten is de openheid ervan, ze geven me een ingang tot vrij associëren. Ook sprookjes fascineren mij, doordat ze naast een veilige warme lieflijkheid en nobelheid, ook gruwelheden bevatten. Zoals de stiefzusters van Assepoester, die hun tenen afhakken om in het glazen muiltje te passen, of Raponsje die eeuwig opgesloten zit in een hoge toren. De in eerste instantie lichtvoetigheid, die bij nader inzien toch wel beladen blijkt te zijn. Ik wil de hoofdpersonen van mijn beeldverhalen iets aandoenlijks meegeven. Ik streef er in elk van mijn illustraties naar om de beschouwer een subtiele melancholie te laten ervaren.